Maria Magdalena

Uw naam uitspreken is al een teveel
want het werkelijke geheim dat gij droeg
onttrekt zich aan ieder woord
aan naam en vorm
aan ruimte en tijd
aan uitleg en symboliek.
 

De graalbeker die gij droeg
was niet uit goud gesmeed
en het koninklijke bloed
dat door uw aderen stroomde
was niet van wezenlijk belang,
de leer der bevrijding
de geestelijke wijn voor het
innerlijk bruiloftsfeest
het vleesgeworden Woord
geboren uit grondeloze stilte
was uw stralende schat.

De meester die gij beminde
bestond niet uit vlees en bloed
al kuste gij duizendmaal zijn lippen.
De meester wiens voeten gij waste met uw tranen
en wiens hoofd gij zalfde met kostbare nardusolie
liep niet op deze aarde
al liep gij overal met hem mee.
De meester die gij liefhad
had geen enkele naam
al noemde gij hem rabbouni
geliefde meester.
 
Het leven dat gij schonk
aan onwetenden in de nacht
bestond niet uit zijn kinderen
al stierf zijn geslacht niet uit
na zijn fysieke dood.
De kinderen die gij de wereld schonk
waren kinderen van het licht
woorden van troost en inzicht
die nacht tot dag maken
dood tot leven wekken.

De schedel die gij vol liefde
koesterde in uw handen
was niet de schedel des doods
maar het stille geheim van Golgotha
dat overal met u meereisde
de zee over ging en aan land kwam
golvende beweging
die voeten kreeg in harten van velen
om op te staan uit de slaap des doods.

Gij zijt de sterre der zee
het licht in wateren van waarheid
geestesvuur van vrijheid
innerlijke kracht
grot van licht.
Gij zijt de schildering
niet de lijst.
Gij zijt de klank
niet de geschreven noot.
Gij zijt de contour
niet de beeltenis.
Gij zijt de ongewogen stilte
niet het afgemeten woord.
Gij zijt beweging en rust
eeuwige stilte
in het tijdelijke woord.

Niet een koningszoon
voor een toekomstig koningschap baarde gij
niet een graalgeslacht van vlees en bloed.
Uw schoot droeg wat weinigen kunnen zien.
Gevangen door naam en vorm
ontgaat het de blinden van geest.
Gij droeg het eeuwig vrouwelijke
de naakte Sophia
wijsheid in gouden bruiloftskleed
geestelijke wijn
die geschonken wordt
in kruiken van leegte
voor de bruiloft van de geest.

Ook koningen en koninginnen sterven.
Zij zijn reeds als vergeelde bladeren
aan de herfstboom die leven heet.
Maar het koninkrijk dat ín ons is
ongeboren en onsterfelijk
openbaart zich
als wíj sterven in de schoot van verlangen
in de graal van pure liefde.

Deze graal kent geen erfopvolger
geen wapenschild of embleem
geen hoeders of bewakers,
zij is het Licht zelf
bevrijd van alle duisternis.
 

© Marcel Messing
slotgedicht lezing Lokeren
 25 mei 2011