De nieuwe zon

Er is een plaats
waar geen plaats meer is
een ruimte
waar geen plaats meer is voor ruimte
een tijd
waar geen tijd meer is voor plaats en ruimte.
                   
Bewustzijn is de Moeder van alle dingen
en licht roept ze tot leven.
Bewustzijn is de grondtoon van alle klanken
en liefde geeft hem stem.
Bewustzijn is de wieg van alle harmonie
en de hemel haar baldakijn
de aarde draagt haar kinderen.

Nu de staart van de slang der tijd
verslonden wordt in open ruimte van het zijn
de lange vlerken van het beest
voorgoed gebroken worden
door de adelaar van de geest
de heersers van deze wereld
nog éénmaal hun begerige klauwen uitslaan
naar de aarde als hun prooi,
zal krachtiger dan ooit
het licht met ontelbare lansen
de schachten van het schimmenrijk scheuren
zodat levenskracht der wrede wachters
weg zal vloeien door poorten van verleden.

Hoor,
de vleugelslagen van het licht beroeren reeds
het vruchtwater van de nieuwe aarde,
een nieuwe hemel
reikhalst naar nieuw leven
vol vernieuwde scheppingskracht.

Als straks de zilte zee
de laatste bittere tranen van de gepijnigde mens
heeft weggewassen op het strand der tijd
bergtoppen buigen naar de aarde
en meren hun eerbiedwaardige kruinen wassen
de gloeiende lava van haat
in kloven van lijden tot stilstand is gekomen
de bazuinen van macht en wraak verstommen
en de bazuin van een nieuwe dageraad weerklinkt
de onwetende mens wakker wordt
uit het rad van lijden
dat door demonen wordt voortgestuwd,
dan zal de as van wanhoop verwaaien
aan kusten van uitgedoofde tijd
zonder nog ergens neer te slaan,
het tomeloze lijden
nergens meer een bedding vinden,
de tijd vervlieden
in ontelbare beken van licht en liefde
uitstromen in de oceaan van Bewustzijn
puur en eeuwig
het slib der modderjaren achter zich latend.

De oude dagen
zat van leugens
lopen op laatste benen
door ruïnes van vergane beschaving
die krakend uiteenvalt
in ontelbare stukken van verderf.

Zie,
daar is de nieuwe zon.
Geen omtrek meer
geen middelpunt
geen plaats, geen ruimte, geen tijd.

Alleen maar Licht.


© Marcel Messing
(27 en 28 april 2012)