Nieuwsbrief maart 2012
Deel 4

Het eindspel is begonnen
Nu komt het erop aan!

*
‘Wij moeten in staat zijn alle oppositie uit te schakelen
door het buurland van het land
 dat het waagt tegen ons in verzet te komen
dat land de oorlog te verklaren.
Zouden deze buurlanden echter op hun beurt besluiten
zich te verenigen tegen ons,
dan zal ons antwoord zeker een wereldoorlog zijn.’
Uit: Protocol 7

Ineenstorting van de wereldeconomie: opmaat tot een derde wereldoorlog?
Dat de catastrofale gebeurtenissen in de wereldeconomie niet zomaar zijn ontstaan, maar gepland zijn, is uitvoerig beschreven in de vorige delen van deze Nieuwsbrief. Binnen de machtselite werkt een aantal spindoctors, adviseurs, specialisten en vooral economen en speculanten nauw met elkaar samen. Zij staan in verbinding met de grote banken, die weer hún adviseurs, spindoctors en specialisten bij regeringen, grote organisaties, zoals de VN, universiteiten, allerlei stichtingen en denktanks hebben. Ondergronds zijn ze verbonden door het old boys network, geheime genootschappen en loges.
Hoe zit dit netwerk in elkaar, hoe en waar komen bepaalde besluiten tot stand en waartoe leiden die?

‘De bestuurders zullen wij uitzoeken onder mensen die wij geschikt achten vanwege hun slaafse houding. Ze zullen geen ervaring hebben in de kunst van het regeren en daardoor gemakkelijk tot pionnen in ons schaakspel worden gemaakt in handen van onze wetenschappers en wijze raadgevers – specialisten die van jongs af aan getraind zijn om de hele wereld te regeren. Zoals u inmiddels weet, hebben deze specialisten zich de noodzakelijke kennis van de kunst van het regeren eigen gemaakt uit onze politieke plannen, het bestuderen van de geschiedenis en de observatie van alle gebeurtenissen die zich voordoen.’
Uit: Protocol 2

Van ‘de Verenigde Staten van Europa’ tot Europese Unie

‘We zullen een wereldregering krijgen, of we het willen of niet.
De enige kwestie is om te weten of de wereldregering met toestemming
of door strijd geïnstalleerd zal worden.’



James Paul Warburg (1896-1969)
(topbankier en lid van de CFR in een toespraak
voor de Senaat van de VS, 7 februari 1950)

De Europese Unie (EU), die gecreëerd werd buiten de besluitvorming van de burgers om, is nu tijdelijk ‘gewond’ door de kritieke situatie in Griekenland en in enkele andere ‘economisch zwakke landen’. Maar ze zal uit haar as herrijzen en dan in een uiterst snel tempo een aantal wetten tot stand brengen, die ons onze vrijheid volledig zullen ontnemen. Zoiets kan echter alleen lukken als er sprake is van een ernstige crisis, een dreigende ineenstorting van de wereldeconomie bijvoorbeeld, waardoor een toestand van totale chaos kan ontstaan. En vanuit die chaos kan dan de lang voorbereide fascistische nieuwe wereldorde worden ingesteld. De EU is slechts een middel om te komen tot de reeds lang geplande wereldregering, een wereldleger en een wereldreligie. Vanzelfsprekend zal er daarna één leider zijn die deze nieuwe wereldorde bestuurt en controleert. De mens zal dan een horige, lijfeigene, onderdaan, kortom een slaaf geworden zijn van hen die geen mededogen en liefde kennen, maar een tomeloze begeerte naar macht, geld, goederen en grondstoffen.
 
Een ‘Verenigd West-Europa’ leek na de Tweede Wereldoorlog dé oplossing voor de Koude Oorlog tussen het kapitalistische Westen en de communistische Sovjet-Unie en haar satellieten. Het Amerikaanse Marshallplan, genoemd naar de Amerikaanse legergeneraal en Nobelprijswinnaar voor de vrede, George Catlett Marshall (1880-1959), die vanaf 1947-1949 minister van buitenlandse zaken was, omvatte een uitgebreid herstelprogramma voor Europa. Aan de wieg van de realisatie van het Marshallplan stond Dean Acheson (die aan de Yale University en de Harvard Law School zijn studies had gedaan), met op de achtergrond David Rockefeller, oprichter van de Council on Foreign Relations (CFR). Acheson was de vierde minister van buitenlandse zaken onder president Harry S. Truman (1884-1972). Hij was bevriend met de toenmalige Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Dirk Stikker, en diens voorganger Eelco van Kleffens. In 1962 ontmoette Acheson prinses Beatrix op een Bilderbergconferentie. In 1952 had hij koningin Juliana begeleid tijdens haar eerste staatsbezoek aan de VS, waar ze op 3 april van dat jaar een toespraak hield voor het Congres te Washington. (Geluidsfragmenten toespraak) Stikker vond de inhoud van de lezing te ‘dromerig’. Acheson, die sympathiseerde met Soekarno, zette Nederland onder druk om de onafhankelijkheid van Indonesië op 27 december 1949 te erkennen. (Lees ook Elsevier over Acheson)

 
Dean Acheson ondertekent het NAVO verdrag namens de VS

Door het Marshallplan kreeg West-Europa niet alleen financiële steun voor de wederopbouw, maar konden de VS, via de CFR en andere organisaties, invloed uitoefenen op de totstandkoming van dit ‘Verenigd West-Europa’, dat stap voor stap zou uitmonden in de EU. Vanzelfsprekend maakte het Marshallplan de Europese landen schatplichtig aan de VS. Niet alleen vanwege de rente op de langlopende leningen, maar vooral door de snel toenemende invloed van de VS, in het bijzonder van de bankiers van Wall Street, op het opkomende Europa, dat in een door hen gewenste richting werd gemanoeuvreerd.

Manipulatie via de stap voor stap methode

De grote promotor van ‘de Verenigde Staten van Europa’ was de invloedrijke spoorwegindustrieel en Amerikaanse ambassadeur in Engeland, W. Averell Harriman, bevriend met de Rothschilds en vele andere vermogende invloedrijke mensen.
Econoom en historicus Antony Sutton ontdekte de naam van W.A. Harriman op de aan hem in het geheim overhandigde ledenlijst van The Order, het beruchte geheime genootschap (ook Skull & Bones genoemd), dat een wereldwijde invloed heeft.
 
 WA Harriman    Beeldmerk van The Order

De familie Bush en nog een aantal machtige steenrijke families, zoals de Whitney’s en de Bundy’s, zijn er lid van, terwijl de Rockefellers een nauwe relatie met The Order onderhouden. Harriman had uitstekende contacten met de Brown Brothers (bankiers en lid van The Order) en Prescott Bush, de vader van Bush senior, die zakenpartner was van de Brown Brothers.
Vanuit The Order lopen lijnen naar bankiersfamilies als Guggenheim, Schiff en Warburg, naar diverse Illuminati en de Engelse equivalent van The Order, The Group. (Antony Sutton, An Introduction to the Order, 19863, blz. 24-28; zie ook mijn boek Het huis op de rots gebouwd, 2010, blz. 128-143)


Skull and Bones met links naast de klok George W Bush

Stap voor stap ontstond wat we nu de Europese Unie (EU) noemen, in de jaren vijftig begonnen als de Europese Economische Gemeenschap (EEG).
Was de EEG nog een vrijhandelsgebied, in 1962 rijpte het idee van een Europese muntunie. In 1967 werden de EEG, EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal: het eerste West-Europese samenwerkingsverband, opgericht in 1952) en Euratom (Europese Gemeenschap voor Atoomenergie) samengevoegd tot de Europese Gemeenschap (EG). Vanaf 1992 spreken we van de EU. In 2002 werd de euro als gemeenschappelijke munt ingevoerd.
Tijdens dit hele proces naar deze ‘superstaat’ werd stapsgewijze de inbreng van de burger uitgeschakeld en de Europese Centrale Bank (ECB) opgericht om de macht over de financiën te concentreren. Zo is een ondoorzichtige organisatiestructuur ontstaan, waarbij er steeds meer buiten de nationale parlementen om geregeld wordt door een snel groeiend ambtenarenapparaat vanuit vooral Brussel.

     Van EGKS naar EU

Een gedrocht
Wat bedoeld was als een sociaal-economisch samenwerkingsverband in elkanders belang groeide uit tot een gedrocht met steeds meer autoritaire trekken. Parallel aan ‘de Verenigde Staten van Europa’ was de machtselite bezig met het realiseren van een Amerikaanse Unie, een Stille Zuidzee Unie en een Afrikaanse Unie, waarbij de bevolking evenmin betrokken werd en waarbij eveneens van boven af structuren en wetten werden opgelegd. Zonder schokkende gebeurtenissen of revoluties komen dit soort monsterstaten niet tot stand. Zonder manipulaties, leugens en bedrog kan een gedrocht niet ontstaan. Immers, een gedrocht heeft zijn wanstaltige vorm te wijten aan het voorbijgaan aan natuurlijke groeiprocessen. Na bepaalde tijd ruimt de natuur een dergelijk organisme onverbiddelijk op door een proces van implosie.

Schumann, Monnet, Kohnstamm en de Bilderbergclub
Achter de totstandkoming van de EEG stonden vooral mensen als de Franse socialistische premier, Robert Schuman, en Jean Monnet, zoon van een Franse cognachandelaar. Samen met de Oostenrijkse graaf Richard N. Coudenhove-Kalergi en de Poolse socialist Joseph Retinger, die de European Movement oprichtte, steunde Monnet de uit Duitsland afkomstige prins Bernhard zur Lippe Biesterfeld om, mede op initiatief van David Rockefeller, de Bilderbergclub op te richten. De totstandkoming van de EU is ondenkbaar zonder de Bilderbergclub. Lees ook op wijwordenwakker.org... 
In 1923 schreef Coudenhove-Kalergi zijn boek Pan Europa, dat opriep tot de Verenigde Staten van Europa. Een goede vriend van zijn vader was Theodor Herzl, die met zijn boek Der Judenstaat (1896) aan de basis staat van het zionisme.

In 1910 vertrok Monnet naar Canada en kwam in contact met de Hudson Bay Company en de Lazard Brothers Bank. Monnet was een belangrijke vertegenwoordiger van de machtselite. Hij onderhield goede contacten met regeringsleiders, zoals Franklin Delano Roosenvelt (FDR), die familiewortels in Nederland heeft en samen met zijn vrouw bevriend was met leden van het Nederlandse koningshuis.

Voor zijn inzet bij de totstandkoming van de EGKS ontving Monnet de Wateler Peace Prize en een bedrag van 2 miljoen francs uit handen van de machtige Carnegie Foundation. Naar buiten toe zet deze stichting zich in voor vrede, maar bevordert in werkelijkheid de nieuwe wereldorde. Ze werkt nauw samen met de familie Ford en de Rockefellers.
De Ford Foundation betaalde voor een groot deel het salaris van Monnet en van de Nederlandse historicus Max Kohnstamm, die zo’n 25 jaar nauw met Monnet samenwerkte aan de totstandkoming van de ‘Verenigde Staten van Europa’. Max Kohnstamm, die de geest van het nationalisme had leren kennen in ‘strafkamp Amersfoort’ tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd na de oorlog de particulier secretaris van koningin Wilhelmina en in 1952 de eerste voorzitter van de EGKS. Hij steunde de New Deal, bezocht de Bilderbergconferentie (1972), was betrokken bij de oprichting van de Trilaterale Commissie (Rockefeller) en onder meer bevriend met Acheson.

   Kohnstamm met Wilhelmina en Beatrix

Henry Ford, eigenaar van het automobielbedrijf Ford, was goed bevriend met bankier J.P. Morgan. Ford financierde Hitlers nationalistische en antisemitische beweging in München en zorgde er persoonlijk voor dat in iedere nieuwe Ford die van de band rolde een gratis exemplaar van de Protocollen lag. Henry Ford (33ste graad vrijmetselaar) was lid van de vrijmetselaarsloge Palestine Lodge no. 357 (Detroit) en erelid van de Zion Lodge 1, de oudste loge in Michigan, waarvan zijn schoonbroer W.R. Bryant voorzittend meester was. Voor zijn financiële ondersteuning van het nazi-regime ontving Henry Ford het Grootkruis van de Duitse Adelaar (Sutton, Wall Street and the Rise of Hitler, 1976, blz. 89-97), zoals de oprichter van IBM, Thomas Watson, van Hitler het ‘kruis van verdienste’ ontving. (Marcel Messing, Worden Wij Wakker?, 20074, blz. 78)

In het boek Jean Monnet and the United States of Europe schrijven Merry en Serge Bromberger, bewonderaars van Monnet:
‘Langzamerhand, zo dacht men, zouden de supranationale autoriteiten onder supervisie van de Europese Raad van Ministers in Brussel en de Vergadering in Straatsburg alle activiteiten
van het vasteland van Europa besturen. De dag zou komen waarop de regeringen gedwongen zouden worden te erkennen dat een geïntegreerd Europa een voldongen feit was, zonder enige zeggenschap te hebben gehad in de beginselen die eraan ten grondslag liggen. Alles wat ze te doen zouden hebben was al deze autonome instituten te laten opgaan in één  federale regering en vervolgens de Verenigde Staten van Europa uit te roepen.’ (z.j., blz. 123)

 Jean Monnet, grondlegger van de EU 

Wie meer informatie zoekt over hoe de ‘Europese integratie’ stapsgewijze is ontstaan en uiteindelijk uitmondde in de EU, kan hierover lezen in het boek Tragedy and Hope. A History of the World in Our Time (1966) van een van ’s werelds meest vooraanstaande historici, Carroll Quigley. Op grond van zijn informatie ziet men des te beter hoe ‘de droom’ van Monnet, die ‘de vader van Europa’ wordt genoemd, stap voor stap gerealiseerd werd. Een droom, die wel eens in een nachtmerrie zou kunnen eindigen. Monnet had namelijk vele gezichten.

Het andere gezicht van Jean Monnet
Jean Monnet wist belangrijke handelscontracten los te krijgen voor vrienden in Canada en Frankrijk. Hij bepleitte al vroeg de introductie van één Europees leger, een rol die de NAVO steeds meer begint te vervullen. Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Monnet een reeks belangrijke functies in economische raden, werd adviseur van de Ronde Tafelgroep van Lord Alfred Milner (33ste graad vrijmetselaar) en van kolonel Edward Mandell House (33ste graad vrijmetselaar). Mandell House was topadviseur van president Thomas Woodrow Wilson (1913-1921), die hem vaak zijn ‘alter ego’ of ‘my second personality’ noemde. Wilson was op de hoogte van een ‘allesomvattende, allesdoordringende macht’ achter de handel en de industrie. (Messing, 2010, blz. 148)

Mandell House was ook betrokken bij het Verdrag van Versailles (1919), waar Rothschild gastheer was. Bovendien stond hij met David Rockefeller aan de wieg van de VN. Monnet werd dus door de machtselite uitermate geschikt bevonden om zowel de EEG als de EGKS, die zoals we hebben gezien zijn opgegaan in de EU, mede te initiëren.
 

De EGKS, CIA, Truman

‘Zo gaat dat altijd in oorlogstijd. Kijk naar de geschiedenis.
Harry Truman was een uitstekende president (1945-1953).
Hij droeg bij tot de nieuwe wereldorde na de Tweede Wereldoorlog.
En toch vond slechts 23 procent van de Amerikanen hem
een goede president toen hij in 1953, tijdens de Koreaanse Oorlog,
na twee ambtstermijnen afscheid nam.’


Donald Rumsfeld
(oud-minister van defensie van de VS,
in: Knack, 4 januari 2006)

Het idee van Schuman en Monnet om de EGKS van de grond te krijgen, werd ten volle gesteund door John Foster Dulles, voormalig minister van buitenlandse zaken van de VS en de broer van Allen Dulles. Allen Dulles was de eerste directeur van de CIA. Hij gaf leiding aan hetMind Control Program MKULTRA, was lid van de CFR en de Bilderbergclub en advocaat van Prescott Bush, toen deze Hitler-Duitsland financieel steunde. Hij onderhield goede relaties met IG Farben (Rockefeller) en Dean Acheson, die zich niet alleen sterk maakte voor het Marshallplan, maar zich als geen ander inzette voor de nieuwe wereldorde. Acheson was de architect van de NAVO, het militaire bondgenootschap tussen de Verenigde Staten, Canada, de West-Europese landen en Turkije, dat in het leven is geroepen om later de rol te kunnen vervullen van een wereldleger. Hij was lid van de Bilderbergclub, onderhield contacten met een aantal leden van The Order en had als topadviseur een grote invloed op Truman. Zo overtuigde hij Truman dat deze moest interveniëren in de oorlog van Noord-Korea tegen Zuid-Korea (juni 1950).
Truman, een zeer actief 33ste graad vrijmetselaar, volgde FDR op als de 33ste president van de VS. In het voorwoord van het vierdelige standaardwerk 10.000 Famous Freemasons (1957) schrijft Truman dat het hem een groot genoegen is ‘dat de Missouri Lodge of Research vier delen publiceert met biografieën van meer dan tienduizend vrijmetselaars die hebben bijgedragen tot de geschiedenis van de vrije wereld.’ (1957, blz. III)



Truman had een goede relatie met Wall Street, was de initiator van de National Security Agency (NSA), die met 65.000 mensen in dienst de ‘veiligheid’ van Amerika moet waarborgen door middel van de meest geavanceerde big brothertechnieken. (Messing, 20074, blz. 102-105). Truman werd vooral bekend vanwege zijn goedkeuring voor het afwerpen van een atoombom op Hiroshima (‘little boy’, 6 augustus 1945) en een atoombom op Nagasaki (‘fat man’, 9 augustus 1945). Hij deed dat op aanbeveling van de minister van oorlog Henry Stimson, lid van The Order. Stimson was al in 1940 minister van oorlog onder president Theodore Roosevelt (1858-1919), die 32ste graad vrijmetselaar was en de Nobelprijs voor de vrede ontving. De helse atoombommen werden volgens Stimson afgeworpen ‘voor de vrije wereld’ van de toekomst.

Stimson, die goede contacten onderhield met Acheson, was voor de post van minister van oorlog voorgedragen door de voormalige president en minister van justitie van de VS, William Howard Taft (1857-1930), zoon van de bekende Alphonso Taft (1810-1891). Alphonso Taft was oud-minister van oorlog, vrijmetselaar en medeoprichter van The Order, waar ook William Howard lid van was. (Sutton, 19863, blz. 54-56) William Howard Taft ontving verschillende inwijdingen in de vrijmetselarij en was betrokken bij de hoeksteenlegging van het Capitool (14 april 1906), net als president Theodore Roosevelt.

De rol van Einstein
Diverse vooraanstaande natuurkundigen, zoals Albert Einstein (ooit gevraagd minister-president van Israël te worden, maar er de voorkeur aan gevend wetenschapper te blijven), hebben onder leiding van de Duitse natuurkundige Robbert Oppenheimer en de Hongaars-Amerikaanse fysicus Edward Teller meegewerkt aan de ontwikkeling van de atoombom in  het zogeheten Manhattan Project.

 
Einstein met Oppenheimer (links) en Ben Gurion (rechts)

Onbekend voor velen is dat Einstein en Tesla ook hebben meegewerkt aan het beruchte Philadelphia Experiment, dat de dematerialisatie van de oorlogsboot The Eldridge teweegbracht, met dramatische gevolgen. Dit experiment was de voorloper van de ‘stealthtechnologie’, die het mogelijk maakt dat schepen en vliegtuigen onzichtbaar zijn op de radar. (Oliver Gerschitz, VerschluBsache Philadelphia-Experiment, 2008). Einstein was overigens goed bevriend met Bernhard Baruch (33ste graad vrijmetselaar), voorzitter van het bestuur van de oorlogsindustrieën, en met J.P. Morgan en de Rothschilds. Weinigen weten dat Einstein het ook goed kon vinden met Immanuel Velikovsky.

Baruch noemde de atoombom het ‘absolute wapen’, met een verwijzing naar Hitlers ‘Wunderwaffe’. Behalve de VS heeft tot nu toe geen enkel land een atoombom afgeworpen op een ander land. De VS bezitten ‘officieel’ zo’n 1800 atoombommen, maar beschikken  daarnaast over nog veel gevaarlijker wapens, zoals HAARP en elektromagnetische wapens, die gebaseerd zijn op uitkomsten van de relativiteitstheorie, de kwantumfysica, het elektromagnetisme (Maxwell) en de veldtheorie. De elektromagnetische wapens, die ook in het bezit van Rusland zijn, worden scalarwapens genoemd. (Voor literatuur over HAARP en scalarwapens, die alle twee aardbevingen, veranderingen van het klimaat en van het bewustzijn kunnen manipuleren, verwijs ik naar de boeken van Nick Begich en Jeane Manning, Angels Don’t Play This HAARP. Advances in Tesla Technology (20027), en van Jerry E. Smith, HAARP. The Ultimate Weapon of the Conspiracy (20035). Over scalartechnologie schreef Tom E. Bearden het specialistische, maar evengoed lezenswaardige boek Gravitobiology (2002).

  HAARP installatie in Gakona Alaska


De bankiers dagen op
In zijn autobiografie beschrijft graaf Coudenhove-Kalergi hoe hij begin 1924 in contact kwam met baron Louis de Rothschild, die hem vertelde dat zijn vriend Max Warburg uit Hamburg Pan Europa had gelezen en er zo enthousiast over was dat hij de graaf meteen 60.000 gouden marken gaf om de ‘beweging’ de komende drie jaar op te starten. Volgens Coudenhove-Kalergi  bleef Max Warburg heel zijn leven in Pan Europa geïnteresseerd. In 1925 werd de graaf in de VS door Warburg voorgesteld aan zijn broer Paul Warburg en aan Bernhard Baruch. (Eustace Mullins, The World Order, Our Secret Rulers, 1984, blz. 248)

 Het boek van Mullins

Bernhard Baruch was goed bevriend met de Lehman Brothers (bankiers en politici), Felix Frankfurter (rechter van het Hooggerechtshof), de Rothschilds, de Rockefellers en Henry Morgenthau, minister van financiën, allen verbonden met de internationale Rotschildbanken en het zionistische ‘ideaal’. Zij, en vele anderen, zijn al decennialang de adviseurs, specialisten of spindoctors rondom de Amerikaanse presidenten.
Morgenthau had overigens voorgesteld om de complete Duitse industrie tot de grond toe plat te bombarderen, zodat de Duitsers zouden terugvallen tot ‘een plattelandsbevolking’. Dit soort geluiden hoorden we ook uit de mond van senator Mc Cain toen het om de oorlog in Irak ging en nog niet zo lang geleden uit de mond van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Hillary Clinton toen het om ‘humanitaire acties’ in Libië ging. Ook met betrekking tot Iran klinken her en der al soortgelijke geluiden.

Baruch had een zeer grote invloed op Franklin Delano Roosevelt (FDR), mede doordat hij een van de belangrijkste sponsors was voor diens presidentschap en zeer goede relaties met Wall Street onderhield. De woning van Roosevelt lag vlak naast het CFR-gebouw. Curtis B. Dall, de schoonzoon van FDR, beschrijft in zijn onthullende boek FDR. My Exploited Father-In-Law over de manier waarop zijn schoonvader gegijzeld werd door de financiële machtselite. Hij droeg zijn boek op aan de jonge Amerikaanse generatie, als een waarschuwing.

‘Mogen jullie lering trekken uit het bewust en met aandacht waarnemen hoe bepaalde schaduwkrachten het zo meedogenloos aanleggen dat hun eigen financiële en ideologische doelstellingen er op jullie kosten op vooruitgaan. Zij selecteren een groot aantal van onze hoogste regeringsfunctionarissen en bereiden hen voor op hun verdere politieke loopbaan om ze ten slotte te controleren. Zij beramen de oorlogen en door hun “buitenlands beleid” sturen ze het erop aan, oorlogsincidenten uit te lokken. Zij gebruiken heel vaak het woord “vrede” om je te misleiden en trekken zo een aanvaardbaar rookgordijn op om hun werkelijke operaties te verhullen. Je kunt herkennen wie “ze” zijn. Daarom zeg ik jullie, jonge Amerikanen, wees op je hoede – wees daadkrachtiger dan mijn niets vermoedende en verdwaasde generatie. Treed naar voren, verdedig onze grote erfenis van vrijheid en onafhankelijkheid en houd haar levend, voor jezelf en voor hen die na jullie komen.’ (Dall, 1967, blz. 3)

Interludium: Wall Street bepaalt de presidentsverkiezingen
In het eveneens onthullende boek Wall Street and FDR (1975) beschrijft Antony Sutton de nauwe banden van Franklin Delano Roosevelt (FDR) met de banken van Wall Street, zijn promotie van de New Deal (ook wel ‘new economic order’ genoemd) en de opkomst van het socialisme in de VS.

 Roosevelt

FDR was een zakenpartner van kolonel Edward Mandell House en onderhield uitstekende contacten met de Warburgs. Roosevelt, die Joodse wortels heeft, was familiair verwant met een derde van zijn presidentiële voorgangers. Het Amerikaanse presidentschap lijkt meer op een koninklijke dynastie dan op een republiek met een door het volk gekozen president. Wall Street, verbonden met allerlei lobby’s, geheime genootschappen en grote bedrijven, bepaalt de verkiezingen. Vroeger en nu. Zonder Wall Street, zegt Sutton, zou FDR geen president zijn geworden. (blz. 13-15, 22-26, 97-100, 129-134, 161-162, 170- 177, 110-121) Bijna iedere politicus die zich verkiesbaar stelt voor het ambt van president van de VS weet van tevoren dat als hij president wordt, hij niet zelf zijn adviseurs kiest. Ze worden hem toegewezen. Een aantal daarvan heeft onder de vorige president ‘gediend’. De nieuwe president moet zich strikt aan de adviezen van zijn adviseurs houden. Eenmaal benoemd tot president, heeft hij het volk verraden en een verbond gesloten met diabolische krachten die hem, en daardoor ook het volk, regeren.

Begin januari van dit jaar barstte het verkiezingscircus in de VS weer los. De republikeinse kandidaten traden in de arena. Het publiek juichte, joelde en applaudisseerde en overal klonk luid het ‘God bless you’. Maar wie straks de volgende president zal worden, staat al vast. Het publiek krijgt intussen waar het recht op heeft. Brood en spelen. De seksschandalen en belijdenissen van senator Herman Cain, de anti-Palestijnse opmerkingen van Newt Ginrich (33ste graad vrijmetselaar), de corruptieschandalen van Rick Perry, de dreigende taal van Rick Santorum tegenover Iran en zijn bereidheid om een ‘lange oorlog’ tegen de islam te beginnen.



‘Als ik president word en Iran geen internationale inspecteurs toelaat, dan bombardeer ik de Iraanse kerninstallaties,’ zei hij begin januari. (Knack, 11 januari 2012) Op uitnodiging van David Horrowitz zei hij in een toespraak in 2007, dat de islam een godsdienst is die moet worden ‘uitgeroeid’ in een ‘lange oorlog’. ‘We verkeren in een oorlog waar de theologie de basis van is, zoals we eens in oorlog verkeerden met de communistische ideologie als basis. We moeten dat begrijpen.’ Om de oorlog tegen de islam te winnen is Santorum van mening dat we moeten opvoeden, engageren, evangeliseren en uitroeien. In het schaakspel om de wereld is
Santorum kennelijk degene die de oorlogsdreiging richting Iran moet aanwakkeren.

Romney, de mormoonse kandidaat van Wall Street
De meest aanvaardbare republikeinse kandidaat voor Wall Street (voorlopig althans) die straks tegen de democraat Obama mag uitkomen, is Mitt Romney, oud-gouverneur van Massaschusetts, miljardair en lid van de mormoonse kerk, ook wel ‘Kerk van Jezus Christus van de heiligen der Laatste Dagen’ geheten. Die kerk is opgericht door de Amerikaanse prediker en vrijmetselaar Joseph Smith (1805-1844), die van de engel Moroni een boek (met ‘gouden platen’) zou hebben gekregen dat geschreven is in het Oudegyptisch. Dit boek werd bekend als het Boek van Mormon en zou het volledige ‘eeuwige evangelie’ en een verslag van de vroegere bewoners van het vasteland van Amerika bevatten. De kerk van Smith werd bij de stichting vooral gesteund door banken als Kuhn, Loeb & Comp en de Rotschildbanken, alle sterk verbonden met het zionistische ‘ideaal’.

  Romney

Nogal wat mormonen zijn tevens vrijmetselaar. Sommige van hen zijn werkzaam bij de CIA (mindcontrolprogramma’s). Zij bezitten in Utah (Salt Lake City) een van de grootste databank ter wereld, waar privé-gegevens van talloze mensen ‘om religieuze redenen’ zijn opgeslagen. Onder de noemer van ‘herdoping’ van talloze mensen die anders volgens de mormoonse filosofie verloren zouden zijn, worden overal ter wereld adressen en andere gegevens verzameld en in de superdatabank ingevoerd. Onlangs nog werd Anne Frank over de dood heen door de mormonen gedoopt, tot verbolgenheid van de Joodse gemeenschap.
Mitt Romney, die vergat dat hij wat geld op de Kaaimaneilanden had geparkeerd en daardoor nog ‘achterstallige belasting’ moest betalen, versloeg inmiddels zijn rivaal Newt Ginrich (33ste graad vrijmetselaar).

De kwestie Israël: Newt Ginrich, Adelson, Perle en Netanyahu
Newt Ginrich onderhoudt goede contacten met hypotheekverstrekker Freddy Mac, die rommelkredieten verschafte aan mensen die hun lening niet konden terugbetalen en daardoor mede verantwoordelijk is voor de beurscrash van 2008. Begin januari verklaarde
Ginrich nog dat ‘het Palestijnse volk een uitgevonden volk’ is. Hij deed deze uitlating nadat hij een bedrag van vijf miljoen dollar ontvangen had van Sheldon Adelson, een groot supporter van Israël en het zionisme.

Adelson is bevriend met Benjamin Netanyahu, die vanuit Israël krachtig op de oorlogstrom roffelt om Iran binnen te vallen. Als dat gebeurt, bijvoorbeeld na een mogelijke val van Syrië, verkeert de hele wereld in groot gevaar en hangt de dreiging van een derde wereldoorlog boven ons hoofd. In het laatste deel van deze Nieuwsbrief komen we hierop terug.
Netanyahu onderhoudt al lange tijd een hechte vriendschap met Richard Perle, die werkzaam was bij de Israëlische wapenfabrikant Soltam voordat hij in dienst trad bij het Amerikaanse ministerie van defensie (Pentagon).
 
 Soltam verkoop op een beurs

Perle is een van de samenstellers van het PNAC-programma. Hij is lid van diverse rechtse denktanks en voorzitter van de rechtse denktank American Enterprise Insititute (AEI), waar ook Lynne Cheney lid van is. Lynne, de vrouw van voormalig vice-president Dick Cheney (onder G.W. Bush), zat tot februari 2001 in de directie van Lockheed Martin, de Amerikaanse (militaire) vliegtuig- en wapenindustrie. Ook Ayaan Hirsi Ali ging na haar vertrek uit Nederland werken bij het AEI.

Perle was een van de belangrijkste spindoctors met betrekking tot de oorlogen in Irak. Hij is adviseur van de lobbyfirma van Douglas J. Feith, voormalig vice-minister van defensie. D.J. Feith zat samen met mensen als Elliot Abrams, John Bolton, David Frum, John Negroponte en William Kristol in de PNAC-denktank, allen neoconservatieve haviken met zionistische sympathieën. (Messing, 20074, blz. 48, 64)
Voordat de eerste oorlog in Irak uitbrak gaf Perle cliënten van Goldman Sachs adviezen over beleggingen in Irak.
Perle is tevens lid van de Defense Policy Board, waar ook Henry Kissinger bij aangesloten is.

 Henry Kissinger en een van zijn uitspraken

Perle heeft een zeer groot netwerk op het gebied van defensie, wapenleveranties, politieke en financiële lobby’s. Onder zijn beleid stegen de wapenleveranties aan Israël aanzienlijk.
Als een van de belangrijkste adviseurs van Netanyahu heeft Perle de zionistische doeleinden altijd krachtig gesteund. In het in 1996 verschenen rapport A Clean Break: A New Strategy for Securing the Realm, dat zes maanden voor de oorlog in Irak verscheen en is samengesteld door het Israëlische Institute for Advanced Strategic and Political Studies, kunnen we de uitgesproken visie van Perle vinden. (‘Playing Skitties with Saddam’, in: The Guardian, 3 september 2002) In het rapport wordt Israël (lees: Netanyahu) opgeroepen ‘voortgang te maken met zijn strategische omgeving’. Van het Pentagon kreeg Perle de bijnaam ‘Prince of Darkness’.
Netanyahu overigens kreeg voor zijn verkiezingscampagne veel geld uit de VS, met name van sympathisanten van het zionisme.

Een boek dat Adelson wellicht inspireerde is dat van Avi Lipkin (eigenlijke naam: Victor Mordechai), Is Fanatic Islam a Global Threat? (1995) Lipkin, geboren in de VS, diende in het Israëlische leger en was verbonden met het persbureau van de voormalige premier, Yitzhak Shamir. Zoals een andere voormalige premier, Menachim Begin, betrokken was bij de bekende terroristische groep Irgun en later de Nobelprijs voor de vrede ontving (zoals Henry Kissinger en Jasser Arafat), zo was ook Yitzhak Shamir betrokken bij terrorisme toen hij hoofd van de Mossad was. Nog een andere voormalige premier, Yitzhak Rabin, werd als groot vredesstichter geëerd nadat hij in 1995 vermoord was. Ook hij was betrokken bij terroristische daden voordat hij premier werd. Nogal wat voormalige Israëlische premiers waren felle aanhangers van het zionisme en hadden wortels in het oude Khazaria, waarover later meer. Dat geldt ook voor de huidige premier, Netanyahu. Inmiddels is er een groeiend aantal inwoners van Israël, dat een geheel andere politiek voorstaat, waarin verdraagzaamheid, dialoog en geweldloosheid prevaleren.

Banken, bedrijven, brood en bommen
FDR en Winston Churchill, die zich ook sterk maakten voor de ‘Verenigde Staten van Europa’, waren met elkaar verwant (Sutton, 1975, blz. 19-20). De overgrootvader van FDR, James Roosevelt, richtte in 1784 de Bank of New York op (blz. 22) en Paul Warburg was het brein achter de FED.
Paul Warburg stamt af van de bankiersfamilie Oppenheim (waar Mayer Rothschild gewerkt heeft) en is zakenpartner van bankiershuis Kuhn, Loeb & Co. Paul Warburg was ook directeur van IG Chemical Corp., of, zoals Sutton het noemt, van American IG Farben (1976, blz. 146-147 en 153-161), de Amerikaanse tak van het machtige IG Farben in Duitsland, waar prins Bernhard een tijd werkzaam was, nadat hij achttien maanden gediend had bij de SS. (Sutton, 1976 blz. 39; bij auteurs als J.G. Kikkert, Ton Biesemaat, Cees Fasseur, Hans Daalder, en Gerard Aalders kan men meer informatie over prins Bernhard en de Oranjes vinden.)
IG Farben, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog niet gebombardeerd mocht worden, was een van de steunpilaren van Hitler-Duitsland. Verbonden met Standard Oil in New Jersey (Rockefeller) produceerde IG Farben Zyklon-B-gas om Joden te vergassen in de concentratiekampen (reeds beschreven in deel 1 van deze Nieuwsbrief).
Diverse andere grote Amerikaanse bedrijven financierden Hitler, zoals General Electric. (Sutton, 1976, blz. 99-114)

 Winston Churchill

Maar ook in Europa waren er diverse bedrijven die geen zuivere rol hebben gespeeld met betrekking tot nazi-Duitsland. Zo bracht Marcel Metze, auteur van het boek Anton Philips, 1874-1951. Ze zullen weten wie ze voor zich hebben, in een radio-uitzending van Argos (25 februari jl.) naar voren dat uit lang verborgen rapporten van het OSS (Office of Strategic Services, de voorloper van de CIA) duidelijk blijkt dat Philips uit eigenbelang zowel met Amerika als met Hitler-Duitsland samenwerkte. Uit het OSS-rapport kwam zelfs naar voren dat Philips ‘als een gevaar voor de geallieerden’ werd gezien.
Ook bedrijven als Siemens, de Duitse staalmagnaat en bankier Fritz Thyssen (die de nazi’s financieel steunde en nauwe relaties onderhield met W.A. Harriman Company, New York, die op haar beurt zowel Hitler als Lenin en Trotsky steunde) en Brown Brothers (mede opgericht door de Rothschilds) hebben zich schuldig gemaakt aan collaboratie met de nazi’s.
Zolang de mammon (de geldduivel) de mensheid regeert, zullen banken, bedrijven, brood en bommen ten nauwste met elkaar vervlochten blijven.

Hitler: afstammeling van de Rothschilds?
In Thyssens boek I Paid Hitler (waarin wordt beweerd dat het door Thyssen geschreven is, alhoewel hijzelf het auteurschap ontkent) staat de niet-gestaafde bewering dat Hitler een onwettig kind zou zijn van de familie Rothschild. Hitlers grootmoeder, mevrouw Schickelgruber, die dienstbode was in het huishouden van de Rothschilds, zou daar zwanger zijn gemaakt. Deze bewering wordt echter tegengesproken in het boek van Eugene Davidson, die verwijst naar de familie Frankenberger en niet naar de Rothschilds. (Sutton, 1976, blz. 103)

 David Icke

David Icke onderzocht deze kwestie in zijn boek The Biggest Secret. (20005) Hij haalt daarbij het boek The Mind of Hitler van de psychoanalyticus Walter Langer aan, die schrijft dat Alois Hitler, de vader van Adolf, de onwettige zoon was van Maria Anna Schicklgruber [hier is sprake van Schicklgruber en niet van Schickelgruber] en niet de zoon van een zekere Johann Georg Hiedler. Volgens een Oostenrijks document zou Maria Anna Schicklgruber in Wenen hebben gewoond toen ze zwanger werd. Ze was toen dienstbode in het huis van baron Rothschild. Meteen nadat de familie Rothschild ontdekte dat ze zwanger was, werd ze naar huis gestuurd, waar Alois geboren werd. Walter Langer had deze informatie ontleend aan Inside The Gestapo (1940), een publikatie van Hansjurgen Koehler, een hoge Gestapo-officier. De Oostenrijkse kanselier Dolfuss had onderzoek laten doen naar Hitlers achtergrond in de archieven. Koehler had een exemplaar van de Dolfuss-documenten ingezien, dat hem gegeven was door de SS’er Heydrich, hoofd van de Sicherheitsdienst van de SS. Koehler schreef dat het Hitlerdossier ‘zo’n grote opschudding veroorzaakte, dat geen enkel dossier ter wereld ooit veroorzaakt heeft’. (blz. 511)

Aangezien Hitler in Oostenrijk geboren was [in Braunau-sur-Inn] kon de kanselier alle persoonlijke gegevens en familiegegevens (geboortebewijs, politieregistratiekaarten, akten, enzovoorts) van Adolf Hitler boven tafel krijgen. Uit de Dolfuss-documenten blijkt, dat de grootmoeder van Hitler naar Wenen was gegaan en daar werkzaam was bij rijke families en ongelukkigerwijze verleid werd, zwanger werd en huiswaarts keerde om daar te bevallen. Omdat Wenen al vroeg over een verplicht politieregistratiesysteem beschikte, kon kanselier Dolfuss dit via de registratiekaart achterhalen. ‘Het kleine, onschuldige meisje was dienstbode geweest in het grote herenhuis van de Rothschilds… en Hitlers onbekende grootvader moet waarschijnlijk in dit prachtige huis gezocht worden.’ (blz. 512)

Volgens een informant van Icke vertoefde Hitler na de dood van zijn moeder in 1907 tien maanden in Wenen. Van dit verblijf is geen enkel spoor terug te vinden, tenzij we mogen aannemen dat hij in die periode bij de Rothschilds verbleef.
Op de vraag welke Rothschild dan de ‘grootvader’ van Adolf Hitler zou kunnen zijn, trekt Icke de conclusie dat Alois, Hitler’s vader, geboren was in 1837, in de periode dat Salomon Mayer de enige Rothschild was die in het Weense herenhuis woonde. Zijn vrouw, met wie hij een slechte relatie had, woonde in Frankfurt. Hun zoon, Anselm Salomon, vertoefde vooral in Parijs en Frankfurt.

Het ziet ernaar uit dat de alleenwonende Salomon Mayer de meest aannemelijke kandidaat als grootvader van Adolf Hitler is. (blz. 513) Meer onderzoek is echter noodzakelijk. Het is echter wel fascinerend dat vooral Rothschildbanken en bedrijven die relaties hadden met Wall Street Hitlers oorlog steunden. Fascinerend is ook dat Hitler gesteund  werd door de Britse koninklijke familie, het Huis van Windsor, dat in werkelijkheid het Duitse Huis van Saxe-Cobrug-Gotha is. (blz. 511) En fascinerend is Hitlers virulente haat tegen de Joden. Zou het iets te maken hebben met het toen opkomende zionisme, dat met het nazisme samenwerkte en waarbij de Rothschilds en de Rockefellers een centrale rol speelden?

 Khazaria, tot het jodendom bekeerd

De Rothschilds zijn Khazaarse joden, mensen die tot het jodendom bekeerd zijn, wat volgens het judaïsme helemaal niet kan, omdat ze niet afstammen van de lijn van de moeder. Nogal wat zionistische Joden komen uit die bloedlijn en hadden in Hitler-Duitsland al het oog op Palestina laten vallen, waar Jeruzalem eens de hoofdplaats zou moeten worden van hun wereldrijk, van waaruit ‘de koning’ zou regeren. Om dit land in bezit te kunnen krijgen, hebben de echte Joodse mensen onwetend een centrale rol gespeeld in dit diabolische schaakspel om de wereldmacht. De geplande dramatische Holocaust zou later worden aangewend als een uiterst emotioneel schild, waarachter de plannen van de zionistische en nazistische schaakmeesters konden worden uitgevoerd. Zou het mogelijk kunnen zijn, dat talloze Joodse mensen het slachtoffer zijn geworden van een gruwelijke samenwerking tussen zionisme en nazisme? In het Testament van Satan, dat we bespreken in deel 7 van deze Nieuwsbrief, is sprake van drie wereldoorlogen die de machtselite gepland heeft om deze planeet in bezit te nemen en de nieuwe wereldorde (met verbindingslijnen naar het nazisme) uit te roepen. Zou het kunnen zijn dat het echte Joodse volk gegijzeld is door Joden die geen echte Joden zijn? Zou het kunnen zijn dat zij die achter deze mogelijke waarheid komen al heel snel het woord ‘antisemiet’ opgeplakt krijgen en hiervan vooral beschuldigd worden door de ADL (die waarschijnlijk is opgericht op instigatie van de Rotschilds)? Dit enorm emotioneel geladen woord dwingt de meeste mensen tot zwijgen, waar we achteraf wel eens heel veel spijt van zouden kunnen krijgen. 

Hitler: de nieuwe wereldorde en de nieuwe mens
Onder leiding van de Chef van de Sicherheitspolizei (SiPo) en de Sicherheitsdienst (SD), Reinhard Heydrich, vond er op 20 januari 1942 een beruchte conferentie plaats in een villa in Berlijn, Am Grossen Wannsee 56-58, die bekend is geworden als de Wannsee-conferentie. De conferentie ging over de gruwelijke ‘Endlösung’ (‘definitieve oplossing’) van het ‘Jodenvraagstuk’. De term ‘Endlösung’ is afkomstig van de door Hitler zeer geadoreerde Richard Wagner.
In het Wannsee-Protocol wordt onder meer uiteengezet welke behandeling ‘Mischlinge’ van de eerste en tweede graad dienen te krijgen. Tot in detail is uitgewerkt wanneer iemand als Jood of als niet-Jood beschouwd moet worden in het geval van nakomelingen uit een gemengd huwelijk. (Mark Roseman, Die Wannsee-Konferenz. Wie die NS-Bürokratie den Holocaust organisierte, 20022, blz. 179-183)



Heydrich, die veel macht had, moest uiteindelijk verantwoording afleggen aan Hitler. Kan het zijn dat Hitler op de hoogte was van zijn familiaal verleden en daarom  Heydrich voorschreef dat de passage over de Mischlinge ‘slechts’ tot en met de tweede graad hoefde te reiken? Immers, als Hitler een nazaat zou zijn van Salomon Mayer Rothschild, dan was hij volgens het Wannsee-Protocol geen Jood. Was het daarom dat Hitler ook openbaar herhaaldelijk benadrukte dat tot en met de tweede graad bepalend was of iemand al dan niet Jood was? Maar zelfs al zou het Protocol een bepaling hebben opgenomen over de behandeling van Mischlinge van de derde graad, dan nog was Hitler geen Jood om de heel eenvoudige reden dat de bloedlijn van de Rothschilds, zoals we zagen, terugreikt tot de Khazaarse Joden, bekeerlingen dus, die volgens de Joodse wet geen echte Joden zijn. (Over de Khazaarse Joden meer in deel 7 van deze Nieuwsbrief.)
Woedde er in Hitler een innerlijk conflict ten opzichte van de Rothschilds? Zat hij wellicht klem tussen de vertegenwoordigers van zionistische, nazistische en judaïstische visies? En wat school er trouwens achter de ‘Ahnenerbe’?

Was Hitler een schaakstuk in de handen van de machtselite om als ‘der Führer’ hun diabolisch plan, de oprichting van de nieuwe wereldorde (‘das Dritte Reich’) uit te voeren? Er zijn meer dan genoeg bronnen te vinden, tot in de rooms-katholieke kerk toe, waaruit blijkt hoezeer de elite Hitler als een ideale dictator zag, ja, zelfs als een messias, die de nieuwe wereldorde zou creëren. Ook zijn er veel verslagen te vinden, onder andere in het volgens sommigen controversiële boek van de historicus Hermann Rauschning, Gespräche mit Hitler (1939), waaruit blijkt dat Hitler van mening was dat wie de nationaal-socialistische beweging alleen maar als een politieke beweging zag, er maar weinig van begreep. ‘Het is nog méér dan religie: het is de wil tot schepping van een nieuwe mens.’ (Gesprekken met Hitler, 2003, blz. 219) Ook vertelt Rauschning dat er bij Hitler regelmatig sprake was van ‘demonische’ overschaduwing.
Bij Adolf Hitler en zijn nazipartij treffen we niet alleen de wortels aan van de latere The Order (Skull&Bones) in de VS, maar ook het al oudere idee van de nieuwe wereldorde.
Hitler was zeker niet de ‘simpele mislukte schilder’, zoals menig historicus ons wil doen geloven. Wie het boek van Timothy W. Ryback Hitler’s Private Library. The Books that Shaped his Life (2008) leest, zal opmerken dat hier eerder sprake is van een erudiete, weliswaar later demonisch geworden geest, dan van een ‘gewone jongen van de straat’. (Pikant feitje: Ryback schrijft ook voor The Wall Street Journal.)
Wie zich werkelijk verdiept in de occulte achtergronden van het nationaal-socialisme, zal spoedig merken dat de boeken uit de bibliotheek van Adolf Hitler niet als behangpapier hebben gediend.

Sutton heeft ook aangetoond dat Amerikaanse banken, zoals de National City Bank, Morgan and Company, maar vooral de Rockefeller Chase Bank en de Warburgbank, zeer nauw met het naziregime samenwerkten. (1976, blz. 133-152) Velen van degenen die grote misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan, worden vaak ook nog geëerd met prestigieuze ‘awards’, zoals de vredesprijs, of met een belangrijke onderscheiding. In het woud van leugens wordt het steeds moeilijker om nog een boom van waarheid te vinden. Ook de geschiedschrijving is gemanipuleerd, al zullen veel historici dit niet graag aanvaarden. Maar dat geldt ook voor andere wetenschapsgebieden. Onze mind wordt vaak ongemerkt gecontroleerd. Wie Mind Control (1977) van Jim Keith heeft gelezen, ziet de wereld voortaan totaal anders.

Terug naar de EU. Verovering van de ruimte
Nu we gezien hebben hoe de totstandkoming van de EU achter de schermen gemanipuleerd is, kunnen we het ‘waarom’ hiervan beter begrijpen. 

 De EU landen in kaart gebracht

De EU is weer een stap in een reeks van stappen die moeten leiden naar een zorgvuldig voorbereide wereldregering, en parallel daaraan naar een wereldleger en een wereldreligie.
Volgens deze lugubere filosofie van de machtselite kan dit alleen maar via crises, chaos, oorlogen en als het moet een wereldoorlog. Dat we de laatste tijd steeds beter het achterliggende programma kunnen zien, komt omdat er in de laatste fase, die inmiddels is aangebroken, haast wordt gemaakt. Daardoor worden er fouten gemaakt, die steeds beter zichtbaar worden. Immers, in de laatste fase moet de machtselite haar duistere schuilplaats verlaten en steeds meer ‘bovengronds’ gaan werken.

Uiteindelijk gaat het eindspel op het internationale schaakbord niet alleen om de macht over deze wereld en deze planeet, maar over het hele zonnestelsel, ja, voor sommigen zelfs over heel het universum. Voor de machtsovername van onze planeet heeft de machtselite allerlei geopolitieke strategieën uitgedacht en uitgewerkt (globalisering bijvoorbeeld). Daarnaast bestaat er een nauwkeurig uitgewerkt plan voor ‘de verovering van de ruimte’, dat tot nu toe aan het oog van de burgers onttrokken is.

Oorlog in de ruimte. Betekenis van de maan
De meeste mensen denken dat wat de NASA ons vertelt over haar ruimteprogramma de waarheid is. De honderden miljarden die besteed worden aan de verovering van de ruimte reiken verder dan ons zonnestelsel. De honger naar nieuwe grondstoffen en nieuwe werelden, gebaseerd op ziekelijke macht, houdt niet op. Terwijl de puinhopen op onze aarde hoger en hoger worden, reikt de hybris van de machtselite naar de maan, Mars, Venus, Jupiter, Saturnus en andere planeten. Ginrich beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne de NASA te zullen steunen met haar plannen om de maan te koloniseren, waar overigens ook China en Rusland volop mee bezig zijn. Volgens hem had op 14 januari 2004 G.W. Bush al in een toespraak beklemtoond hoe belangrijk het was om de maan te veroveren (zonder natuurlijk op de verborgen achtergronden in te gaan).



De maan (waarover ons lang niet alles wordt meegedeeld) neemt een absoluut strategische positie in ons zonnestelsel in. Van daaruit kan niet alleen via uiterst geavanceerde big brothertechnieken een perfecte controle over de aarde plaatsvinden, maar ook ieder punt op de aarde in de kortst mogelijke tijd getroffen worden door zeer geavanceerde wapens (laserkanonnen en scalarwapens). In het boek Penetration: The Question of Extraterrestrial and Human Telepathy (1998) van Ingo Swann, PSI-agent en ontdekker van ‘Remote Viewing’ (op afstand leren zien via de psyche), een methode die de CIA gebruikt, wordt een tipje van de sluier opgelicht met betrekking tot hetgeen ons over de maan verzwegen wordt.

H.G. Wells, de maan en de nieuwe wereldorde
Veel over uiterst geavanceerde wapens kunnen we ontdekken in het werk van de bioloog H.G. Wells (1866-1946). Wells had gestudeerd bij T.H. Huxley, verdediger van Charles Darwins evolutieleer. Hij groeide uit tot een wereldvermaard auteur en werd gekozen tot voorzitter van de internationale schrijversorganisatie PEN, die zich inzette voor intellectuele vrijheid. Maar Wells was ook politicus. In die hoedanigheid oefende hij invloed uit op de presidenten Theodore Roosevelt en Franklin D. Roosevelt. Hij onderhield goede contacten met geheime diensten en was lid van de Fabian Society, een geheim genootschap dat aangesloten is op het wereldnetwerk van de machtselite en naar wereldsocialisme streeft. De Fabian Society is de verborgen kracht achter Labour, de Britse Arbeiderspartij. Symbool van de Fabian Society is een wolf in schaapskleren. Ook mensen als G.B. Shaw, Aldous Huxley, Bertrand Russell, Tony Blair, Robert E. Rubin (invloedrijk econoom, verbonden met Greenspan) en Peter Richard Orszag (directeur van het Nationaal Budget, adviseur van de gecrashte Centrale Bank van IJsland en voormalig adviseur van de Russische oligarchen) zijn er lid van. Een van de populaire thema’s van de Fabians is het ‘bevolkingsprobleem’ en de eugenetica.

‘Pas op voor de valse profeten, die naar jullie toe komen in schaapskleren, maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je ze kennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken en geen vijgen van distels?’ (Matthëus 7:15-16)

     
HG Wells tussen twee van zijn boeken

Uit de sciencefictionromans van H.G. Wells, The Time Machine (1895), The War of the Worlds (1898), maar vooral The First Men in the Moon (1901), is af te leiden hoe belangrijk de maan en de planeet Mars voor de machtselite zijn. In zijn non-fiction schrijft hij openlijk over de omverwerping van de afzonderlijke staten en over het tot stand brengen van de nieuwe wereld orde en een wereldregering, zoals in The Open Conspiracy: Blueprints for a World Revolution (1928), The Shape of Things to Come: the Ultimate Revolution (1933) en The New World Order (1940). 
Het werk van Wells ontvouwt het streven van de machtselite naar de heerschappij over de planeet aarde en haar plannen om uiteindelijk de ruimte te veroveren, waarbij de maan en Mars een bijzondere plaats innemen. Het middel om die plannen te realiseren is de oprichting van de wereldregering. In The Open Conspiracy houdt hij een pleidooi voor het wereldburgerschap en voor een wereldregering om te voorkomen dat de mensheid zichzelf vernietigt. Hoewel hoofdzakelijk sciencefictionschrijver, was Wells uitermate goed op de hoogte van de plannen van de machtselite.

De maan als springplank
In het boek Mit dem Mond zur Weltherrschaft. Geheime Missionen im All van G.F.L. Stanglmeier & A. Liebe wordt duidelijk gemaakt dat de wedloop om de heerschappij van de maan als springplank naar de verovering van de ruimte al jaren in volle gang is. Achter de coulissen van het Internationale Ruimtestation (ISS) en Space Shuttle spelen zich ongelooflijke dingen af, waar de burger geen enkele weet van heeft.
Lees meer over US Secret Space Programs
Civiele ruimtevaartautoriteiten werken nauw samen met (militaire) geheime diensten, waarbij vooral Amerika, Rusland en China in razendsnel tempo alles op alles zetten om de maan in bezit te nemen als beste strategische plek in ons zonnestelsel, als springplank naar andere planeten en sterrenstelsels. Zo werken de Amerikanen en Russen al vanaf circa 1922 aan een plan om gezamenlijk de maan te bezetten. Een van deze geheime projecten was de orbiter ‘Dwa Orla’ (Twee Adelaars) aan het eind van de vorige eeuw. (2008, blz. 253-259)

Wie nog de illusie heeft dat ‘starwars’ alleen maar iets met de aarde hebben te maken, zal zijn visie grondig moeten herzien. Menig Amerikaanse piloot en astronaut (Neil A. Armstrong, Edwin Aldrin, Michael Collins, Edgar Mitchell, Gordon Cooper, Clarck McClelland, maar ook Russische astronauten (zoals Vladimir Kovalenok, Gennady Strekalov en Gennady Manakov) en piloot Pavel Popovich hebben het stilzwijgen doorbroken en vertellen over hun ervaringen met buitenaardse dimensies. Nogal wat astronauten zijn overigens vrijmetselaar. Lees hier en hier...

Ruimtevaartwetenschapper Chatelain: interventie van astronauten
Maurice Chatelain, ruimtevaartwetenschapper, medeontwerper van het ruimteschip Apollo en Chef Communicatie voor de Apollo-maanmissies bij de NASA, is van mening dat er talloze boodschappen op aarde zijn nagelaten door ufo’s en dat de meeste Amerikaanse ruimtevluchten, van Mercurius en Gemini tot Apollo, gevolgd werden door onbekende ruimteschepen, die wel eens afkomstig zouden kunnen zijn van een andere beschaving in de ruimte en reeds bases op de maan hebben. (Chatelain, Our Cosmic Ancestors, 1988, blz. 2-5, 185-203). Uit eigen ervaring kent hij de spot en tegenwerking vanuit de gevestigde wetenschap. Volgens Chatelain kunnen de talloze raadsels over de ‘nagelaten boodschappen’ alleen maar opgelost worden vanuit de uitleg dat er ooit een ‘interventie van astronauten vanuit een andere wereld’ heeft plaatsgevonden om op aarde een nieuw menselijk ras te scheppen naar hún beeld. (blz. 210) Hoewel dit verhaal dieper reikt dan in het boek besproken wordt, blijkt het een groot taboe te zijn om dit soort ideeën binnen de wetenschap naar voren te brengen. Soms moet men eerst met pensioen zijn om daar dieper op in te durven gaan.



Ruimtevaartdeskundige Piet Smolders: ‘… met de billen bloot’
Ruimtevaartdeskundige Piet Smolders, auteur van het prachtig geïllustreerde boek 50 jaar ruimtevaart. De complete geschiedenis. In het spoor van Spoetnik (2007), blijkt in zijn boek ET. Geen mythe maar werkelijkheid een ruime opvatting te hebben. Alhoewel hij het werk van bestsellerauteur Erich Von Däniken kritisch bekijkt, concludeert hij ‘… dat Von Däniken nog niet zo gek is’. (2006, blz. 98) En in zijn ‘Woord vooraf’ schrijft hij: ‘Sinds mijn pensionering als hoofd van het Artis Planetarium is de situatie voor mij veranderd. Ik ben me meer gaan concentreren op het thema buitenaards bezoek en religie en het mogelijke verband daartussen, zonder overigens de ruimtevaart vaarwel te zeggen. Mijn conclusie is nu dat de wetenschappers met de billen bloot moeten. Er zijn te veel serieuze verslagen van betrouwbare mensen om die achteloos weg te wuiven. En het is daarbij niet nodig alle – vaak onzinnige – ufo-verhalen te analyseren. Een paar serieus lijkende gevallen zouden al aanleiding kunnen zijn voor gedegen onderzoek en verrassende conclusies. (…) Zet ik met de conclusies die ik trek in dit boek mijn reputatie op het spel? Misschien. Dat moet dan maar. Voor mezelf weet ik dat ik nog steeds dezelfde nuchtere Piet Smolders ben, die zich geen knollen voor citroenen laat verkopen.’(blz. 8)
‘De mens heeft niet het laatste woord. Daarom is nederigheid geboden. Er is veel voor te zeggen dat de wereldbeschouwing van indianen en Aboriginals ver verheven is boven die van ons “moderne” mensen. God en natuur zijn één.’ (blz. 152)

Von Däniken ‘nog niet zo gek’
Josef Blumrich, hoofdingenieur van de NASA en betrokken bij het ontwerp van het Skylab en de Spaceshuttle, moest zijn spottend commentaar op von Dänikens uitleg van het visioen van Ezechiël, beschreven in diens bestseller Waren de goden kosmonauten? Herinneringen aan de toekomst, herzien. Von Däniken beschrijft hierin onder andere het visoen van Ezechiël (Ezechiël 1-3:15), waarin hij ‘de Heerlijkheid van Jahwe’, die ‘straalt en glanst’ en die met veel ‘geruis’ en ‘geraas’ (…) ‘een reusachtige wolk woestijnzand doet opstuiven’, uitlegt als ‘een vliegend voertuig’ met technische uitvindingen. (199130, blz. 67-70)

In het indrukwekkende boek Da tat sich der Himmel auf. Die Begegnung des Propheten Ezechiel mit ausserirdischer Intelligenz concludeert Blumrich dat von Däniken het toch bij het juiste eind had en dat het hier om een uiterst geavanceerd ruimteschip gaat. Hij was te bevooroordeeld, te kortzichtig geweest. ‘Want niet ontkenning, maar onderzoek, niet kortzichtigheid, maar verdraagzaamheid, en niet scheiding, maar samenwerking leiden tot vooruitgang. Het is niet onze opgave aan het onmogelijke vast te houden, maar mogelijkheden te vinden.’ (2003, blz. 179)

   von Däniken

Govert Schilling: ‘flauwekul’ en ‘broodje-aap-verhaal’
Govert Schilling, wetenschapsjournalist en vooral bekend om zijn toegankelijke beschouwingen, artikelen, columns en boeken over sterrenkunde, spreekt in zijn boek De jacht op Planeet X. Sterrenkundigen ontdekken de buitendelen van het zonnestelsel nogal badinerend over onderwerpen als de kleitabletten, godenastronauten, Nibiru (‘een niet bestaande planeet’) en de Mayakalender. Woorden als ‘larietheorie’, ‘flauwekul’, ‘complotverhalen’, ‘samenzweringstheorieën’, ‘broodje-aap-verhaal’ gebruikt hij graag met betrekking tot dit soort onderwerpen. Wat mensen als Zecharia Sitchin, Immanuel Velikovsky en Erich von Däniken publiceren, valt voor Schilling onder de categorie ‘pseudowetenschap van de bovenste plank’ (2007, blz.102-108). ‘Eén deel Velikovsky, één deel von Däniken, een vleugje Bijbelexegese en een mespuntje new age – zie daar het recept voor Sitchins Nibiru-schotel.’ (blz. 103)
(Van de chemicus Andy Lloyd verscheen Dunkelstern Planet X. Die Beweise (2008), een minder bekend boek met gegevens over Nibiru die tot nadenken stemmen. Een aanrader.)

Met zijn vlotte pen gooit Schilling alles op één hoop. ‘Wetenschappers zijn gewend aan argumenten en gevolgtrekkingen, aan rede en logica.’ (2007, blz. 104) Inderdaad, wetenschappers. Maar de wetenschap heeft al heel wat keren haar standpunten moeten herzien en niet in het minst de wetenschap der astronomie. Voordat men er erg in heeft, staan er weer nieuwe hogepriesters op die anderen dicteren wat je binnen de wetenschapskerk moet geloven en wat niet. Werkelijke wetenschappers staan open voor alles. Ze onderzoeken ook dingen die hen twijfelachtig of vreemd voorkomen zonder een vooringenomen standpunt (of een verborgen agenda). Pas na gedegen onderzoek kunnen er dan (voorlopige) conclusies worden getrokken. Zo niet, dan is het pad voor een wetenschappelijke inquisitie geëffend en de ‘heksenjacht’ geopend op hen die ‘afwijken’ van ‘rede en logica’, nog steeds de enige heersende norm binnen de ivoren toren van de wetenschap.

Coen Vermeeren en ufo’s
Als Coen Vermeeren, hoofddocent aan de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek en hoofd van Studium Generale van de Technische Universiteit Delft anno 2012 in de openbaarheid brengt dat hij ufo’s heeft gezien en van mening is dat aliens over revolutionaire technologieën beschikken die de problemen op aarde, zoals klimaatverandering en energie, zouden kunnen oplossen, dan is het ‘wetenschappelijk hek’ van de dam. Of Coen Vermeeren alles letterlijk gezegd heeft wat de kranten schrijven, kan ik niet beoordelen. In ieder geval veroorzaakten zijn uitspraken niet alleen binnen de TU Delft een enorm tumult, omdat men zich zorgen maakt om het ‘wetenschappelijk imago’ van de universiteit, ook buiten de universiteit ontstond commotie. Stichting Scepsis en de media wierpen zich op het onderwerp.

     UFO's

Nogal wat mensen denken dat ufo’s tot de wereld van sciencefiction behoren en dus niet bestaan (logica!). Sommigen zeggen dat ze er niet in geloven, omdat ze nog nooit een ufo hebben gezien (logica!). Dat de meeste mensen in de vierentwintig uur van een etmaal nauwelijks naar de hemel kijken, is tekenend. Zouden ze te veel gebonden zijn aan aardse zorgen? Volgens menig wetenschapper aan de TU Delft gaat Coen Vermeeren te ver. Rector magnificus Luyben vindt dat hij zich ‘op het grensvlak van wetenschap en fictie’ begeeft. Bekijk de presentatie van
Coen Vermeeren via wijwordenwakker.org

Dap Hartmann en de ‘ufo-gekkies’
Astronoom en universitair docent aan de TU Delft en publicist Dap Hartmann verliet de redactieraad van Studium Generale. Onderwerpen als graancirkels, complottheorieën over de ware toedracht van 9/11, vrije energie (perpetuum mobile), het ging hem allemaal te ver. In het opinieartikel ‘“Uffogekkie” kan geen wetenschapper zijn’ (de Volkskrant, 2 februari 2012) gaf Hartmann scherp commentaar op een onderbouwd opiniestuk van godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes, ‘Wetenschap mag ufo’s niet negeren’ (de Volkskrant, 31 januari 2012). Smedes nam het op voor Coen Vermeeren en schrijft over Stichting Scepsis: ‘Het is toch wel erg onwetenschappelijk als Vermeeren de mond wordt gesnoerd vanwege het gejammer van een ideologisch gedreven vereniging, terwijl het wetenschappelijk probleem van onverklaarbare waarnemingen van fenomenen in het luchtruim onaangeroerd op tafel blijft liggen.’
Hartmann twijfelt niet aan de mogelijkheid van buitenaards leven, integendeel. Maar hij is van mening dat er tot nu toe nog geen enkel tastbaar bewijs is gevonden voor buitenaards leven en dat er sprake is van een ‘ongefundeerde obsessie van “ufo-gekkies” die beweren dat buitenaardse wezens in hun ufo’s de aarde regelmatig bezoeken. Het “bewijs” daarvoor bestaat voornamelijk uit buitensporige fantasie en krankzinnige paranoia.’ Natuurlijk is er ook op dit gebied veel kaf onder het koren.

 Dap Hartman

De TU Delft heeft inmiddels Coen Vermeeren in zijn functie van universitair hoofddocent en hoofd Studium Generale onder curatele gesteld. Hij mag voortaan, schrijft Hartmann, ‘niet meer dergelijke nonsens verkondigen. Vermeeren gaat echter vrolijk door, en beroept zich op de vrijheid van meningsuiting. Ook spreekt hij van een internationaal complot waarbij de overheden van Nederland en de Verenigde Staten hem tegenwerken om de waarheid openbaar te maken.’ En aansluitend op een uitlating van Coen Vermeeren in De Telegraaf, ‘Als wetenschapper steek je je nek uit als je zegt dat ufo’s bestaan. Ik durf het publiekelijk te zeggen’, eindigt Hartmann zijn artikel: ‘Dat maakt hem tot een held binnen de ufo-gemeenschap maar tot een malloot binnen de wetenschap (…) Ufo-gekkies mogen best vrij rondlopen, maar niet als wetenschappelijk medewerker aan een gerenommeerde universiteit.’

Zou het kunnen dat wij sommige wetten in het universum (nog) niet kennen, die andere  wezens misschien wel kennen? Deze vraag durf ik nu te stellen, nadat ik 11 jaar geleden voor het eerst van mijn leven een ufo zag. Op de vooravond van onze verhuizing op 9/11 van de Pyreneeën naar het Vlaamse land, zat ik op ‘mijn bergje’ achter ons huis naar de immense sterrenhemel te kijken. Onze berghond drukte zich dicht tegen mij aan toen we glashelder een grote zilverachtige ufo in de vallei voor ons zagen landen. Verbijstering en een intense energie gingen door mij heen. Het was een volkomen onverwacht gebeuren. Ik genoot alleen maar van de prachtige sterren en sterrennevels, maar wist tegelijkertijd dat wat ik zag geen illusie of projectie was. Na een tweetal minuten (zo schatte ik het tijdsgebeuren later in) verdween de ufo met een cirkelachtige beweging pijlsnel uit het zicht. Jarenlang waagde ik het niet om erover te spreken. Voer voor Stichting Scepsis? 

 Dr. Coen Vermeeren
 
Maar Coen Vermeeren wordt niet alleen geattaqueerd, er is ook veel steun voor zijn visie en voor hetgeen hij onderzoekt en ervaart.
Als het om onderwerpen gaat waarover nieuwe dingen ontdekt worden, worden die door de wetenschap meestal gebagatelliseerd: ‘het verschijnsel bestaat niet, want de wetenschappelijke bewijzen ontbreken’. Omdat men de ervaring niet kent of de waarneming niet heeft gedaan of niet bereid is de waarnemingen van anderen te onderzoeken, blijft er maar één ding over: op de persoon spelen en niet op wat hij naar voren brengt. Door de geschiedenis heen is deze afleidingsmethode standaard bij nieuwe ontdekkingen. Kijk alleen maar eens naar het aantal wetenschappers met radicaal andere visies die de laatste twee eeuwen binnen de astronomie verketterd zijn. De kwestie Galileo is daar natuurlijk maar één voorbeeld van. Men leze het meesterwerk van de historicus John L. Heilbron, Galileo, waarin ook voor niet-specialisten zoals ik veel lezenswaardige zaken staan. (2010)
Er is meer tussen hemel en aarde dan wij vaak menen.

 Galileo Galilei

Coen Vermeeren getuigt mijns inziens van moed om vernieuwende elementen binnen de wetenschap te brengen. Het zou wel eens kunnen zijn dat zij die hem nu verketteren over een poosje zelf gezien worden als ketters, die al veel te lang oude en achterhaalde standpunten verkondigen die uitsluitend gebaseerd zijn op ‘rede en logica’.

Over het onderwerp ufo’s zijn honderden boeken gepubliceerd, waaronder een aantal zeer serieuze werken. Zijn de astronomen, astrofysici en ruimtevaartdeskundigen van de universiteit Delft en Stichting Scepsis op de hoogte van bijvoorbeeld de getuigenverslagen met betrekking tot buitenaardse ruimtevaartuigen, nieuwe technologieën van buitenaardsen, de geheime agenda achter Star Wars, regeringsdocumenten waaruit blijkt dat ufo’s bestaan, maar die meer dan vijftig jaar geheim zijn gehouden? Ze zijn door de arts Steven M. Greer verzameld in Disclosure. Military and Government Witnesses Reveal the Greatest Secrets in Modern History. (2001) En dit is dan nog maar één van de vele gedegen documenten.

Hierop aansluitend verwijs ik de ‘niet-malloten’ binnen de wetenschap ook nog graag naar de studies van Jean-Pierre Petit, internationaal bekend astrofysicus en voormalig directeur van het CNRS (Centre National de la Recherche Scientifique), het grootste wetenschappelijk onderzoeksinstituut in Frankrijk. Van zijn hand verschenen onder meer Enquête sur des extra-terrestres qui sont déjà parmi nous (1991), On a perdu la moitié de l’univers (1997) en Ovnis et armes secrètes américaines (2003).
Petit waarschuwde overigens al jaren geleden voor vaccins waarin zich in de nabije toekomst wel eens nanochips zouden kunnen bevinden. Petit een ‘samenzweringstheoreticus’?

    Professor Petit

Verder ter aanbeveling UFO’s and the National Security State. Chronology of a Cover-up 1941-1973 van historicus Richard M. Dolan. Astronaut Edgar Mitchell noemde dit standaardwerk onder de serieuze publicaties over ufo’s ‘een grondige en monumentale onderneming’. (2002)
En mocht u nog wat tijd over hebben, dan is het wellicht interessant om het boek van professor Betty Jo Teeter Dobbs, The Foundations of Newton’s Alchemy or ‘The Hunting of the Greene Lyon’ (1975) te lezen. Jaren geleden, toen ik nog wetenschappelijk medewerker was in de Bibliotheca Philosophica Hermetica in Amsterdam, wisselden wij van gedachten over de invloed van de alchemie op Newtons wetenschappelijk onderzoek. De Engelse natuurfilosoof en wiskundige Sir Isaac Newton (1642-1727), die in zijn tijd gezien werd als de meest vooraanstaande wetenschapper en die lid van het parlement was, ontdekte de wet van de zwaartekracht in 1665 heus niet alleen maar omdat hij in zijn tuin een appel van een boom zag vallen. Hij was goed thuis in de alchemie en de hermetische filosofie, waarin hij veel inspiratie vond en verkeerde vaak in kringen van bevriende vrijmetselaars. Newton werd in zijn tijd echter ook menigmaal bespot in toneelstukken en kreeg herhaaldelijk te horen dat het beter was om niet over ‘pseudo-wetenschap’ te praten. Ook C.G. Jung hield zich diepgaand met de ‘pseudo-wetenschap’ der alchemie bezig.

 Dolan's boek over UFO's

Planetoïde Coenvermeeren?
Er zijn inmiddels duizenden ‘ufo-gekkies’. Misschien binnenkort wel zoveel, dat ze in de meerderheid zijn, wat ze trouwens niet het recht op gelijk geeft, maar wat wel een aansporing voor de ‘niet-malloten’ zou moeten zijn om het ufo-fenomeen serieus te (blijven) onderzoeken.
Misschien wordt er over niet al te lange tijd een planetoïde naar Coen Vemeeren genoemd, zoals de in 1971 ontdekte planetoïde ‘nummer 10251’ op voordracht van Dap Hartmann door de International Astronomical Union (IAU) werd omgedoopt tot ‘planetoïde Mulisch’ (of de asteroïde ‘nummer 19920G’ herdoopt werd tot Pauldavies).
Dap Hartmann stond in Mulisch’ boek De ontdekking van de hemel model voor de uit Sydney afkomstige jongere collega van Max Delius, de hoofdpersoon uit het boek, die astronomisch onderzoek doet bij de radiosterrenwacht in Dwingeloo (1992, blz. 310). Net als Umberto Eco en Dan Brown, bezocht ook Harry Mulisch de Bibliotheca Philosophica Hermetica in Amsterdam om onderzoek te doen naar de hermetische wijsheid. Het heeft kennelijk effect gehad. In deel 5 van deze Nieuwsbrief komen we nog even op de ufo-kwestie terug.

 Er is meer...

Fred Hoyle: evolutie vanuit de ruimte en de relatie biologie en astronomie
Astronoom Fred Hoyle baarde op 12 januari 1982 met zijn lezing ‘Evolution From Space’ aan het Royal Institute in Londen groot opzien. Hierin zei hij dat de evolutietheorie van Darwin volstrekt onvoldoende was om het ontstaan van het leven op aarde te begrijpen. Hij geeft scherpe kritiek op de ‘natuurlijke selectieleer’, wijst op het afwezig zijn van voldoende fossielen die de ‘missing links’ kunnen aantonen tussen de diverse soorten en acht de ‘struggle for survivalwet’ onvoldoende om bijvoorbeeld geniale mensen te kunnen verklaren, zoals Mozart, Shakespeare of Carl Friedrich Gauss.
Met betrekking tot het ontstaan van leven op aarde hield Hoyle in deze lezing een pleidooi voor het zoeken naar een buitenaardse oorsprong van bepaalde micro-organismen, die zijns inziens uit interstellaire stof op aarde zijn terechtgekomen of door kometen die ons zonnestelsel doorkruisen. (Fred Hoyle, Evolution From Space. The Omni Lecture And Other Papers on the Origin of Life, 1982, blz. 7-34)

 Fred Hoyle

In ‘The Relation of Biology to Astronomy’ (een openbare lezing, gegeven in Cardiff, Wales, op 15 april 1980) merkt Hoyle op: ‘Wat misschien wel de grootste mythe binnen de biologie zou kunnen zijn, is dat de evolutie door middel van natuurlijke selectie de oorsprong van de soorten, klassen en ordes van planten en dieren verklaart. Er zijn ongetwijfeld genoeg  voorbeelden van kleine evolutionaire veranderingen die door natuurlijke selectie zijn veroorzaakt, en op grond van deze kleine veranderingen wordt verondersteld dat de grotere veranderingen op gelijke wijze veroorzaakt zijn. Deze veronderstelling is een dogma geworden. (1982, blz. 72) Volgens Hoyle is een veel grotere visie nodig. ‘Leven kan zichzelf door het universum verspreiden.’ (1982, blz. 75)



Kosmisch toetje: multiversum, Hawking en Kaku
Inmiddels wordt het aantal planeten dat leven kan bevatten al op zes biljoen geschat, waarbij gelijkvormig leven, andere vormen van leven, hoger ontwikkeld of lager ontwikkeld leven tot de mogelijkheden gerekend worden. Zeggen dat onze planeet de enige bewoonde is, is vanuit de astronomie en astrofysica een onhoudbaar standpunt. Bescheidenheid is dus geboden. Evenzeer bescheidenheid ten aanzien van talloze dingen en wetten die we (nog) niet kennen. Bescheidenheid ook ten opzichte van fenomenen die we met de huidige wetenschappelijke kennis (nog) niet kunnen verklaren. Ontplofte nog niet zo lang geleden ons geocentrisch wereldbeeld, bepaald door het ‘geloof’ van de kerk, de ruimtevaart opent ongekende mogelijkheden in ons zonnestelsel en daarbuiten. Astronomen en astrofysici werpen een blik in een grenzeloos fascinerend heelal en komen met de hypothese dat er mogelijk meerdere heelallen bestaan, de multiversumhypothese.

De fysici Stephen Hawking en Leonard Mlodinow spreken in Het Grote Ontwerp over de mogelijkheid van ‘10500 heelallen met allemaal verschillende wetten, waarvan er maar één correspondeert met het heelal zoals wij het kennen’. (2010, blz. 134) Hierbij merken ze op dat het niet per se nodig is dat deze zijn ontstaan door tussenkomst van een schepper of opperwezen. (blz. 182-186)

 
Twee SETI installaties

Naar aanleiding van het SETI-project (Search for Extraterrestrial Intelligence) waarschuwde Hawking in april 2011 in het televisieprogramma ‘Into the Universe with Stephen Hawking’ (Discovery Channel) om toch vooral niet al te actief op te treden in de zoektocht naar buitenaardsen. Immers, de kans dat er ook wezens zijn die niet veel goeds in de zin hebben en de grondstoffen van onze planeet willen roven, zoals wij op dit moment doen en in de nabije toekomst op andere planeten zullen doen, biedt volgens Hawking geen positief perspectief.

Astrofysicus Paul Davies daarentegen is van mening dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. In zijn boek Oorverdovende stilte. Zijn wij alleen in het universum? stelt hij dat de mens eerder een bedreiging is voor buitenaardsen. (2010) 
Davies doet al dertig jaar onderzoek bij SETI naar buitenaards leven. Ook al zijn er nog geen harde bewijzen, toch overheerst de overtuiging dat het universum vol leven is, maar dat er op de verkeerde plaats, manier en tijd gezocht wordt.

Kaku en reizen als de goden
Michiu Kaku is hoogleraar in de theoretische fysica en houdt zich onder meer intensief bezig met de snarentheorie, parallelle heelallen en kosmische dimensies. Hij wordt wel eens de Einstein van onze tijd genoemd. Kaku laat zien dat er voor heel wat ‘absurde’ ideeën hoop bestaat, gedachtig de uitspraak van Einstein ‘dat als een idee in het begin niet absurd klinkt, er geen hoop voor bestaat’. In zijn boeken Hyperspace (1995), Parallel Worlds (2006) en Physics of the Impossible (2008) opent Kaku voor ons een universum waarin vooral sprake is van de kracht van de geest.

 Michiu Kaku

In dit universum zijn dingen mogelijk die de meeste mensen nimmer voor mogelijk hielden en als sciencefiction bestempelen, zoals tijdreizen, telekinese, psychokinese, teleportatie en telepathie. Volgens Kaku behoort dit binnenkort tot de mogelijkheden van de mens, mogelijkheden die vroeger uitsluitend aan de ‘goden’ werden toegeschreven.
Kaku is van mening dat binnen enkele decennia buitenaardsen ontdekt zullen worden en schroomt niet om allerlei terreinen van wetenschap, parawetenschap, sciencefiction en mythe te onderzoeken, waardoor hij tot radicaal vernieuwende conclusies komt. Aan het slot van Physics of the Impossible zegt hij: ‘We staan niet aan het einde, maar aan het begin van een nieuwe fysica. Maar wat we ook vinden, er zullen altijd nieuwe horizonten zijn die ons onophoudelijk opwachten.’ (2008, blz.303)

Binnen afzienbare tijd volgen er nog enkele delen die deze nieuwsbrief aavullen vanuit een aktuele kijk op de wereld.


© Marcel Messing, 8 maart 2012

Lees ook:
Nieuwsbrief 2012 deel 1
Nieuwsbrief 2012 deel 2
Nieuwsbrief 2012 deel 3