April 2019
Inspiratie voor de paasdagen
*



*

‘Je lichaam is een lamp, de olie je levenskracht, de pit je ik. Door het vuur van verlangen wordt de pit van het ik ontstoken, verbrandt de katoenen draad, je levensduur. Al spoedig dooft de lamp. Bij je dood springt het smeulend vuur van verlangen over naar een andere lamp. Opnieuw wordt de pit van het ik ontstoken en wordt de olie van levenskracht verspild. 

 

En als de katoenen draad is opgebrand, dooft de lamp opnieuw, verlangt smeulend vuur naar een nieuwe lamp. Pas als het tijdloze vuur van de geest ontstoken wordt, dooft de pit van het ik voorgoed, wordt nimmermeer een nieuwe lamp ontstoken, ga je op in het eeuwig licht, terwijl je door de eindeloze sterrenruimte reist. 



Zoals door een onrustige wind de vlam in een olielamp fel kan oplaaien waardoor roet het glas beslaat, zo kan de wind van begeerte de vlam van het ik hoog doen opflakkeren, waardoor de vensters van de zintuigen besmeurd worden door het roet van de wereld en helder zicht op het leven verdwijnt. Zoals een olielamp door het kristalheldere glas een duistere kamer verlicht, zo wordt je lichaam verlicht als het vuur van de geest de lamp van licht en liefde ontsteekt. 



Mijn leringen zijn als een lamp die brandt in de duisternis van deze wereld. Als straks de duisternis toeneemt, zal jullie lamp dan branden? Zal er genoeg olie van licht en liefde in jullie lamp zijn als het duister gordijn der waanzin schuift voor het licht? Wees als een wijze maagd, een wijze ziel, onaangeraakt door het vuur van verlangen naar deze wereld. Dan zal het grootse licht van bewustzijn heel je lichaam doorstralen, wordt het kind van licht en liefde in je herboren, verschijnt de gouden wonderlamp. Ik zeg jullie nogmaals: kinderen van het licht zijn jullie, kinderen van de ochtendstond die geen avond kent, een dans van licht. Je bent het levend licht dat in de duisternis straalt, het licht van alle werelden, het licht dat alles doordringt. Laat je onwetendheid verbranden als stoffig kaf van zomers koren. 

 

Als een bruid, gekleed in een witsatijnen bruidskleed, geurend naar parfum van rozen, acaciabloesem en seringen, wacht stil je ziel op het bruidsboeket van zonnerozen van de hemelse bruidegom. Hoor, kinderen van het nieuwe land, kinderen van Novaterra. Het onmetelijke land van licht en liefde, waar zon noch maan schijnt, roept luider dan ooit om terug te keren naar je ouderlijk huis. Talm niet. Ontsteek de lamp van waarheid, nu de leugen zich als een machtige olievlek over heel de wereld spreidt. Wees een lamp voor jezelf en voor alle levende wezens. Laat je innerlijk licht als een vuurtoren schijnen over de woeste branding van de zee der huiveringen. 

 

Verzamel geen olie meer van deze wereld, die oorlogen doet ontbranden en de ziel verduistert. Verzamel olie van licht en liefde, doof de pit der tijden met de adem van de liefdesgeest, ga op in het licht der lichten. Spoedig rolt de tijd zich op in de holte van de nacht en zij die dronken door de wereld blijven gaan en weigeren te ontwaken aan het innerlijk licht, zullen als blinden door de wereld dolen, tastend naar een glimp van licht dat wegglipt door vingers van een oude tijd.

 

Zal er genoeg olie zijn in de lamp van je lichaam als straks allesverzengend licht de wereld van leugen openscheurt? Als een storm van licht torens breekt van macht, en kunstlicht overal doven zal? Zul je wakker zijn als de hemelse bruidegom nadert? Zullen je lippen verlangen naar de kus van liefdeslicht uit hemelse sferen? Ben je gereed om de guirlandes van duizend fonkelsterren te ontvangen, die je zullen bekleden met onvergankelijk licht? 

 

Laat nu voorgoed het rijk der schaduwen achter je. In de stilte van je hart wacht de meester. Hij wil je verheffen tot hoogtes van de geest, die je nimmer zag, omdat je diep afdaalde in het stof van de wereld, verstrikt raakte in netten van duistere krachten. Doof de vlam van duisternis en ontsteek de vlam van het allerzuiverste licht. Houd de lamp van licht en liefde brandend!’
Uit: Marcel Messing, Meester van de Eindtijd, ISBN 978 90 6963 979 6
 
 

 
‘Waarlijk, ik zeg u: Als de graankorrel niet sterft in de aarde, blijft hij onvruchtbaar.
Maar als het sterft, brengt hij rijke vruchten voort.
Wie zich aan het leven vast klampt, zal het verliezen,
maar wie zijn leven prijsgeeft in deze wereld zal het voor eeuwig bewaren.
Wie Mij wil dienen, zal Mij moeten volgen
en waar Ik ben zal ook mijn dienaar zijn.
Wie mij dient zal erkenning vinden bij de Vader.’
Johannes 12, 24-26 
 

[Toelichting: Zoals een graankorrel in de akker sterft om een korenaar tevoorschijn te kunnen brengen, zo bevat de goddelijke graankorrel in het hart van de mens de volledige potentie om tot ‘vervolmaking’ te komen, uit te groeien tot een geestmens, een ‘zoon’ of ‘dochter’ van het Ene die volledig op kan gaan in het Licht en de Liefde van de grondeloze Vader. Daarvoor dient al het oude in ons sterven. In het gaan van het innerlijk pad van de Christus liggen alle geheimenissen verborgen om dit proces te voltooien, om te leren sterven aan het broze en vergankelijke leven, waar een mens van inzicht zich nimmer aan zal vastklampen. Pas door het oude leven, dat ons door eindeloze verlokkingen aan het wiel van geboorte en dood vastbindt, prijs te geven, door te leren sterven vóór de dood, kan innerlijke opstanding plaatsvinden in het eeuwige Zelf, Dát, Het ‘Koninkrijk Gods, de grondeloze Vader. God dienen is niets anders dan je leven ten dienste stellen van de hoogste waarheid. Een rechtschapen leven trachten te leiden. Een hele opdracht in een wereld waarin talloze akkers vergiftigd zijn.]

 

‘Van je vader, de koning der koningen,
en je moeder, die over het Oosten regeert
en van je broer, de tweede na ons,58
aan onze zoon die in Egypte is, gegroet!
Ontwaak en sta op uit je slaap
en luister naar de woorden van onze brief.
Herinner je dat je een koningszoon bent
en zie toe wie je in knechtschap gediend hebt.
Denk aan de parel,
waarvoor je naar Egypte bent gestuurd.
Herinner je het lichtkleed
en het purperen bovenkleed
opdat je ze draagt, je je daarmee tooit.
Je naam staat vermeld in het boek des levens
en je zult met je broer, onze plaatsvervanger,
erfgenaam van ons koninkrijk zijn.’

Uit: Het Lied van de Parel,
gepubliceerd in: De laatsten zullen de eersten zijn.
Over de parabels van Jezus van Marcel Messing,
blz. 142 t/m 167


 

‘En de wever zei:
Spreek tot ons over kleding’.

“En hij antwoordde:
Je kleren verhullen veel van je schoonheid,
maar toch verbergen zij het onschone niet.
En hoewel je in je kleren de vrijheid der afzondering zoekt,
zul je bemerken, dat zij een harnas en een kluister zijn.
Hoe zou ik wensen dat je de zon en de wind
met meer van je huid en met minder kleding tegemoet kon treden.
want de adem des levens is in het zonlicht
en de hand des levens in de wind.’

Uit: Kahlil Gibran,
De profeet, p. 39